|
- Waardevol sterven
Weggaan
Daar gingen ze. De jonge kinderen vrolijk roepend en zwaaiend. Vooruit, dartelend naar de horizon om even later weer op een heuveltje stil te houden, terug te kijken. Even verzonken in gedachten, dan weer vrolijk lachend, roepend, verder weg alweer. De ouderen erachteraan. Beladen met huiden, stokken en ander inventaris. Nog een keer achterom kijkend. Rustig. Een blik van verstandhouding. Zo is het goed. Zo is het altijd geweest.
Met het gedruis van de afgelopen uren nog in zn hoofd keek hij hun na. Hij had ze allemaal grootgebracht. En nu hadden ze hem met eerbied hier neergezet. Van gras en twijgen hadden ze een hut gevlochten. Opening naar het Noorden, zodat Orion zich vannacht over hem zou ontfermen. En ze hadden gezongen. Gedanst en gezongen. Geklapt, gedanst en gezongen! En gejeld, geratel met de kalebassen, gejingjongd met de mondharpen
En toen was het tijd. De zon begon te zakken. Eén voor één kwamen ze langs, pakten zn hand, knikten elkaar toe, druppelden langzaam weg. Ingetogen. De mannen t laatst. Daar gingen ze. Nu en dan hieven de vrouwen een lied aan. Even maar. Alsof de wind opstak. Aarzelend, tussen de droge doornstruiken, om zich toch maar weer neer te vleien op het rode zand. Daar gingen ze. In het melkachtige licht van de winter.
De schaduwen lang over de duinkam. De geluiden steeds verder weg. Even nog tekende de troep zich af tegen de verte. Een gebaar, een blik achterom en dan
weg! Het zand begon al koel aan te voelen, maar was nog aangenaam. Zacht als sorghummeel. Weldadig om in weg te zakken, je voeten te begraven. Oude voeten. En handen, rimpelige handen. Straks zou het kouder worden, het zand zou hem nog koesteren. De schoot van de aarde, waaruit zij allen voortkwamen. Lang geleden. Stil was het nu. Soms een zucht van de wind. Een onhoorbare piep van een muis. Een kreun van een kromme acacia. En dan weer stil.
Als straks de zon achter de einder zou wegzakken, zou het gemauw van de jakhals klinken. In de verte zou het antwoord klinken, van nog verder weg. En de geuren van het veld zouden zich mengen met de kille avondlucht. Stil, aards, eeuwig.
Hij zou slapen. Rustig slapen. Flonkerende Orion zou hem roepen. De Kalahari-winternacht zou hem meevoeren. Zijn geliefden zouden hem gedenken. Hij zou altijd bij ze zijn. En wat achterbleef behoorde de aarde toe. De jakhals en de gieren. De vleesetende vlinders, de kevers, de mieren. En straks als het weer zomer wordt, zal het jonge gras de springbokken tot feestmaal zijn. En die op hun beurt weer het jachtluipaard
De cirkel rond. Tijd om te gaan.
De laatste stappen
Onze toenemende controle over vele elementen van ons leven roept nieuwe vragen op. We kunnen op het einde van het leven steeds langer in leven worden gehouden. Maar dat heeft een keerzijde Vegeteren aan het eind van intraveneus voedsel wens je niemand toe. Zwaar gehandicapt verder door het leven gaan, zware behandelingen van vroeger dodelijke ziektes zoals kanker en HIV vereisen nu permanente behandeling en leveren niet altijd een aanvaardbare kwaliteit van leven op. De toegenomen controle over het einde van het leven roept vragen op over de grenzen van het leven en wanneer het tijd is om te gaan. Het Groningse protocol en de pil van Drion zijn alleen de laatste mijlpalen in die discussie, waarbij de grootste zorg is om nodeloos lijden te voorkomen.
Als de naaste dan is overleden, komt dat vaak als een schok, en velen maken enkele uren na het overlijden aan tafel bij de begrafenisondernemer snel nog even de keuze voor de invulling van het afscheid.
Hij was op reis naar Amsterdam. Vanuit Housten, met zijn hele gezin. Iedereen wilde mee op deze laatste reis. Hij was er al eerder geweest. Voor de operatie aan zijn lever. En daarna voor de chemokuren. De nieuwe behandeling die in Amsterdam was ontwikkeld, was ook in New York beschikbaar. Maar hij had gekozen voor het VU Ziekenhuis. En maar goed ook. Want na de tweede behandeling was het genoeg. Zijn kansen waren slecht. Verdere behandeling was erg zwaar en met weinig kans op succes. Ze waren open tegenover hem geweest. Dagen of weken, meer had hij niet. Vandaar dat de familie nu meevloog.
De hospice was in het bungalowpark. Met schitterend uitzicht op de Oostvaardersplassen. Omringd door vogels en schitterende natuur. Met het warme zomerweer konden de patiënten naar buiten. Voelen, zien en horen. De medewerkers waren behulpzaam. Ze spraken zelfs met een zuidelijk accent. En de dominee kwam uit Tulsa. Hij kende hun kerk, wist de juiste toon te raken. Hij was aanwezig bij de levensdienst. Een moment om nog te horen wat iedereen wou zeggen.
De planning van de uitvaart en de crematie was emotioneel. Maar ook heel mooi. Ruimte voor laatste woorden. Niet lang, want de pijn nam toe en hij was nu nog maar nauwelijks bij bewustzijn. Afscheid nemen gaat zoals het gaat.
Ruimte voor eigen invulling
Voor velen is de laatste levensfase veel meer dan het vermijden van lijden. Het is echter ook een tijd van afscheid nemen, van relaties naar de volgende en vorige generaties, verbintenis herkennen en benoemen met hogere of bredere waarheden. Een tijd om te ontmoeten en afscheid te nemen. Om zaken op een rij te zetten.
Hospices en crematoria spelen op die trend in. Meest recent was het voorbeeld van een Duitse organisatie die bezoeken aan Nederlandse crematoria organiseerde om geïnformeerd te worden over mogelijkheden om zelf invulling te geven aan het afscheid. Mogelijkheden om de as in de natuur te verstrooien. Overdenkings- en gebedsruimtes waar tijd was voor viering en rouw.
Begraven wordt ook een steeds meer persoonlijk ritueel, met vele mogelijkheden, en niet alleen religieus geïnspireerd. Het taboe lijkt langzamerhand ook in Nederland af te gaan vallen van het doodgaan. Vers in ons geheugen staat de ceremonie van André Hazes in de Arena, een enorm festijn. Life celebrations rond het doodgaan zijn groeiende events.
Sterven hoort bij het leven
Uitgebreide aandacht voor het proces van sterven is niet van gisteren. In de geschiedenis zien we hoe eerder culturen grote delen van hun nationale inkomen aan dit soort momenten, ceremonies en monumenten uitgaven. De huidige, door medicalisering ontstane afstand en ontkenning van het komende afscheid zijn daarbij eerder uitzondering dan regel. In Bali is een begrafenis nog steeds een meerdaagse gebeurtenis, zeker vergelijkbaar in uitgaven met een huwelijk. Uitgaven van een jaarsalaris zijn daarbij niet ongewoon. Virtuele relaties naar de overledene zijn wellicht nog belangrijker: memorial halls zijn een belangrijk deel van het leven in Amerika. Egypte, de Mayas en Paaseiland laten allemaal zien hoe eerdere culturen grote delen van hun middelen uitgaven aan sterven.
Waardevol sterven: het idee verder uitgewerkt
Wellicht dat Nederland door zijn combinatie van liberale wetgeving met een variëteit aan waardestelsels rond sterven juist hier innovatief kan zijn. We hebben het hier dan over een zinvolle invulling geven aan de terminale fase van het leven. We hebben het over een integratie van zorg voor de patiënt en het proces van sterven, met bijbehorende rituelen. Over aandacht voor de stervende én de betrokken familie, vrienden en bekenden.
De laatste levensfase kan al ingaan lang voordat de dood in zicht komt. Denk aan bejaarden die weer dicht bij hun kinderen kunnen gaan wonen in ondersteunde behuizing. Of die juist nog een tijd lang met leeftijdgenoten actief willen zijn. Die rust zoeken in de natuur, maar ook dicht bij het leven van dorp en stad willen blijven. Gemeenschappen met een variëteit aan behuizingen, ruimte en goede voorzieningen. Maar ook verschillende culturen: godsdienstig, cultureel of juist gericht op de recente favoriete vrijetijdsbesteding.
Hoe zouden we memorials kunnen inrichten voor mensen die een erfenis willen nalaten in de vorm van een stichting, foundation, gebouw, organisatie? Kan Nederland daar het voortouw nemen? Kunnen we daar ruimte aan geven? Ook het begraven kan een veel uitgebreidere invulling krijgen. Begraven worden op het oude Ajax-veld, of naast je favoriete huisdier, in de vrije natuur onder je favoriete boom, of juist bij de familie in huis. Urnen velden, Chinese begraafplaatsen of grote monumenten waar de kunst of de kennis van de overledene wordt gevierd. De variatiemogelijkheden zijn potentieel eindeloos.
Waardevol Sterven: markt en ruimte
Uitgaven in de laatste levensjaren bedragen zon 20-30% van de totale zorgkosten, terwijl ziektekosten zon 10% van ons BBP bedragen. Jaarlijks wordt in Nederland dus 10-15 miljard euro aan ziektekosten in deze fase uitgegeven (BBP 2004 bedroeg € 490 Mld).
Aan het sterven zelf (de uitvaart) wordt jaarlijks een klein deel van dit bedrag uitgegeven, orde € 1 Mld. Zakelijk gezien is er een grote groeipotentie in deze markt. Denk aan een levenseindeweek met een tiental betrokkenen per overlijden. Groei met een factor 2 tot 5 lijkt haalbaar.
Door de vergrijzing zullen de komende decennia jaarlijks meer mensen sterven. De aandacht voor het ritueel neemt sterk toe. Wanneer de budgetten die nu worden besteed aan de laatste fase van het leven ook zouden kunnen worden aangewend voor een waardevol sterven, dan is deze markt nog groter. Een mooie natuur kan een uitstekende omgeving bieden voor het beleven van de laatste fase. De markt van hospices in een mooie omgeving, crematie en begraven, is groeiend. Het is daarmee interessant eens na te gaan welke behoeften aan natuur en landschap in deze sector leven, en wat daarvan vanuit deze sector gefinancierd zou kunnen worden. Wellicht dat de uitvaartsector een deel van het nieuwe groen rond de stad (mee) zou kunnen financieren. En wellicht dat mooie nieuwe parkachtige gebieden denkbaar zijn, met gebruik door zowel de nabestaanden als de omwonenden.
Strategie
1) Benoem het belang van de eindelevenssector: eindelevenszorg en overlijden.
2) Ga aan het werk met een aantal spelers in die markt om het dienstenpakket optimaal in te vullen, in plaats van via denities van verzekeraars en regelaars. Doe waardeconceptplanning met hospices en crematoria.
3) Leg een link naar de internationaliserende gezondheidsmarkt. Die wordt nu door Nederland nog nauwelijks bediend, maar Nederland zou net als Singapore, de Golf en de grote Amerikaanse onderzoeksziekenhuizen een regionale rol moeten kunnen gaan vervullen, vooral voor langdurige ziektes als kanker en hart- en vaatziektes.
Daarbij speelt de zorg rond het levenseinde en de mogelijkheid om dat in een vertrouwenwekkende omgeving mee te maken, een potentieel belangrijke rol.
Reactie
Belachelijk, dachten we eerst. Dit kan bijna niet. Bovendien leek het idee weinig robuust, maar dat was het dus niet. Zeker in combinatie met zorg blijkt het opeens een nu al belangrijke sector. Het land van de euthanasie kan ook het land van het goede levenseinde worden. Geen van ons had daar ooit eerder zo over nagedacht. Als je dan net een operatie van één van je ouders hebt meegemaakt, dan weet je dat het om een heel belangrijk onderwerp gaat, en een maatschappelijke markt waar nu nog nauwelijks aanbod is. Echte toegevoegdewaardemogelijkheden waar je warm voor kunt lopen. Zo wil ik het ook wel meemaken! Geen angst voor de dood, maar diepe viering van leven.
Voor het ruimtegebruik wordt dit pas interessant als we het gat zien dat er internationaal op dit punt bestaat. Ook dat was even wennen, mooi doodgaan als nieuwe business, waarin Nederland kan excelleren. Het kostte ons even moeite, en de ironische grollen, zoals de website www.mooiedood.nl (nog vrij), waren niet van de lucht. Taboes doorbreken kan nieuwe waarde brengen als je er goed mee omgaat. Maar we gingen het zien: CenterParks die tientallen CareParks worden, ziekenhuizen die met hospices gaan samenwerken, verzekeraars die levenseindeverzekeringen mogelijk maken. Bereidheid om te betalen is nu nog beperkt maar kan gezien ervaringen elders makkelijk groeien.
- www.agro.nl/innovatienetwerk
|
|