home > Nieuws > Artikelen > Ecologisch Doodgaan
Ecologisch doodgaan

De populariteit van kartonnen doodskisten groeit hard. En over natuurbegraafplaatsen zijn mensen “laaiend enthousiast”. Maar tegelijkertijd mag vanaf volgend jaar bij begrafenissen het kankerverwekkende formaldehyde worden gebruikt. Hoe groen is de dood?

Michiel Bussink

Als er iets natuurlijk is, dan is het het wel doodgaan. Aan al het leven, inclusief dat van ons zelf, komt een eind. Vroeg, liever laat, maar hoe dan ook. Dat daar milieuaspecten aanzitten klinkt misschien in eerste instantie vergezocht of vermoeiend: moeten we dan zelfs in het aangezicht van onze laatste momenten ons druk maken over milieu? Maar bij nader inzien is er geen ontkomen aan. Om maar met het meest congfronterende te beginnen: wij mensen zijn chemisch afval. Lood verzameld zich in onze botten, kwikverbindengen in ons vet en we lopen rond met cadmium, dioxines en organobroomverbindingen oftewel brandvertragers. “Als de mens onder de Warenwet zou vallen, zou er geen mens gegeten mogen worden”, zei hoogleraar Lucas Reijnders eens in uitvaartblad Yarden magazine. Maar de wormen eten ons wel, nadat we heen zijn gegaan. Die worden op hun beurt gegeten door de muizen, voer voor uilen, die nierschade kunnen oplopen van het gif dat eens in mensen was opgehoopt. En voilà, je hebt een milieuprobleem.
Milieuvriendelijk doodgaan betekent dus vooral zo groen mogelijk leven en zorgen voor een schone aarde. Zodat al dat gif zich niet langer in ons mensen ophoopt, daar helemaal bovenaan in de voedselketen. Dat gezegd hebbende, valt er nog een boel te melden over de milieuaspecten van onze laatste reis. De kist bij voorbeeld, daar denken mensen in eerste instantie aan, vertelt Marjon Weijzen. “Het is immers niet nodig om het milieu te belasten met een kist, alleen om het bezorgen van de overledene”. Weijzen is milieukundige, werkte onder andere bij De Kleine Aarde, is uitvaartbegeleider en tegenwoordig hoofdredacteur van het blad Het Uitvaartwezen. Kartonnen kisten, ‘hergebruikkisten’ met een eenvoudige kartonnen binnenkist, of het lichaam in een biologische katoenen of linnen doek wikkelen: het wordt steeds meer gedaan. “De afgelopen jaar zijn er vijf leveranciers van kartonnen doodskisten bijgekomen.” De populariteit van de kartonnen kisten wordt overigens, volgens Weijzen, vooral ingegeven door de lagere kosten: “mensen vinden het jammer daar veel geld aan uit te geven.” En ze heeft nog een relativering: de kist is maar een klein aspect van de hele milieubelasting die een begafenis of crematie oplevert. Ze baseert zich daarbij op een onderzoek van de TU Delft naar de ‘levenscyclusanalyse’ van de uitvaart.

Biologische koffietafel
Energieverbuik, ruimtebeslag en uitstoot van schadelijke stoffen dat zijn de belangrijkste milieueffecten van een uitvaart, blijkt uit het Delftse onderzoek. Voor wie ecologie de doorslag wil laten geven bij de keus tussen cremeren of begraven: het maakt niet veel uit. Begraven levert ruimtebeslag en de schadelijke stoffen komen in bodem of grondwater terecht. Cremeren kost energie en gifstoffen verdwijnen in as en lucht. Het maakt wel uit of een crematorium gebruik maakt van moderne ovens, omdat die aan strengere milieueisen moeten voldoen.
Een milieuvriendelijke dode laat zich de schoenen en panty’s uittrekken, blijkt uit de levenscyclusanalyse van de uitvaart. Want die materialen verteren niet en belemmeren ook het vergaan van het lichaam. Het koelen van het stoffelijk overschot in de dagen voor de uitvaart, vraagt energie. In een mortuarium minder dan thuis, maar ook dan zou het nogal muggenzifterig zijn je er erg druk over te maken: het koelen kost dan ongeveer evenveel elektriciteit als een gewone vrieskist in een maand vraagt. Gerecycled rouwdrukwerk, eko-bloemen op het graf, biologische koffietafel: het scheelt kleine beetjes in de totale milieubelasting. Een groter beetje maakt de grafsteen uit. Natuurstenen grafmonumenten die vaak worden gebruikt, zijn nogal belastend: bij de winning van de stenen in verre landen wordt het landschap vaak verpest en het transport van de stenenvracht naar Nederland vraagt nogal wat brandstof. Veruit de meeste milieubelasting bij een uitvaart wordt veroorzaakt door de rouwstoet, oftewel de auto’s van de nabestaanden. “Maar zelfs milieuvriendelijke mensen zijn niet zo dat ze zeggen: ‘nodig vanwege het milieu maar geen mensen uit op mijn begrafenis’”, vertelt uitvaartbegeleider Marjon Weijzen. Zelf heeft ze nog niet meegemaakt dat mensen expliciet kiezen voor een ecologische begrafenis. “Wel wijs ik mensen op het bestaan van kartonnen kisten. En als ze daar dan voor kiezen, zeg ik dat het ook nog eens goed voor het milieu is. Maar ik ga niet over milieu beginnen, als dat niet aansluit bij de overledene en de nabestaanden.”

Vlindertuin
In Groot Brittannië is ecologisch begraven al jarenlang een trend. Op zo’n tweehonderd plekken vinden daar inmiddels green burials op woodland burial grounds plaats: op een stuk grond buiten de stad wordt zo mileuvriendelijk mogelijk begraven en op het graf wordt een boompje of wat planten gepoot. Met naar verloop van tijd een stuk nieuwe natuur als resultaat. “In Nederland is het idee inmiddels ook opgepikt”, vertelt Theo Veenstra van het Natuurlijk Dood Centrum. Hij wil met zijn informatiecentrum natuurbegraafplaatsen en mileuvriendelijk begraven stimuleren. “Een natuurbegraafplaats is in de eerste plaats natuur, waar ook wordt begraven. Op reguliere begraafplaatsen is het groen een bijkomstigheid.” Op natuurbegraafplaatsen mogen de graven, met uitzondering van bomen en planten, geen permanente markering krijgen, moeten de kisten ongelakt en zonder kunststof zijn en wordt er ook minder diep begraven dan op reguliere begraafplaatsen. “Op slechts zo’n zestig centimeter diepte begraven komt de ontbinding ten goede, waardoor heel veel schadelijke stoffen eerder worden afgevoerd.” Veenstra ziet natuurbegraafplaatsen als een manier om minder verkrampt en meer vanzelfsprekend met de dood om te gaan. “In Engeland Carlisle heb je een gemeentelijke kinderbegraafplaats, die is ingericht als vlindertuin. Scholen gaan daar op excursie om het over leven en dood te hebben.”
Er is volgens Veenstra wel een groot probleem bij het stimuleren van groene begrafenissen in Nederland: de macht van grote uitvaartondernemingen. “Die zijn van dienstverlenende bedrijven veranderd in winsmakende: ze willen te veel geld verdienen”. Zij heben er bijvoorbeeld met succes voor gelobbyd om – met ingang van 2008 - thanatopraxie toe te staan, een lichte vorm van balseming. “Daardoor hebben ze langer de tijd – tot tien dagen – om het lichaam vast te houden, voordat het begraven of gecremeerd wordt. Dat betekent ook meer kosten, bijvoorbeeld voor het mortuarium, die door de klant moeten worden betaald. Dáár draait het om.” Meer nog maakt Veenstra zich zorgen over de formaldehyde die gebruikt gaat worden bij de thanatopraxie en op grote schaal in het milieu terecht zal komen. Formaldehyde is erg schadelijk voor ecologie en gezondheid. Het Internationaal Kankerinstituut brengt formaldehyde in verband met neus- en keelkanker. Een aandoening die onder uitvaartmederwerkers in het buitenland – waar thanatopraxie al lang is toegestaan – relatief vaak voorkomt. Veenstra heeft policiti in de Tweede-Kamer een brief geschreven met het verzoek om thanatopraxie alleen toe te staan als daar milieuvriendelijke methoden voor ontwikkeld zijn.

Paard en wagen
Inmiddels lijkt het begraven in de natuur ook in Nederland aan te slaan, al is het langzaam. Al zo’n veertig jaar is er – min of meer zonder dat het de bedoeling was – een natuurbegraafplaats midden in de bossen op de Veluwe, in de buurt van Apeldoorn. De eerste begraafplaats die zich expliciet als natuur- en milieuvriendelijk presenteert is Bergerbos in Sint Odiliënberg (Limburg). In vond 2003 de eerste dode daar zijn plekje, in een bestaand bos naast een bestaande reguliere begraafplaats. “Geen chemische bestrijdingsmiddelen, geen bladblazers, geen auto’s op het terrein, geen spaanplaten doodskisten, geen grafstenen”, vertelt initiatiefnemer Huib Kluitman. “Wel doorgezaagde boomstammetjes die mensen gebruiken om met een kan koffie of een fles wijn rond het graf te zitten”. Dat bij begrafenissen de rouwstoet het meeste milieubelasting levert, is ook Kluitman bekend. “Wij kunnen voor een paard en wagen zorgen voor de lijkkist. Vanuit het dorp kan de rouwstoet daar dan achteraan lopen naar onze begraafplaats.” Er is veel belangstelling voor Bergerbos, ook uit België en Duitsland. “Mensen zijn laaiend enthousiast”.
Op een boel andere plekken zijn plannen voor natuurbegraafplaatsen, maar ze stuiten nogal eens op verzet van omwonenenden. Die vrezen overlast en verstoring van de rust door verkeer en nabestaanden. Zo ook in het Overijsselse dorpje Lettele, waar plannen zijn voor tweeduizend uitvaarten in het naburige bos, dat midden in de Ecologische Hoofdstructuur ligt. De iniatiefnemers van de bosbegraafplaats claimen dat door het begraven de natuur er op vooruit gaat. Maar Theo Veenstra van het Natuurlijk Dood Centrum vindt dat begraven in beschermde natuur niet de bedoeling is. En ook Staatsbosbeheer is tegen begraven in bestaand bos omdat volgens de grootste bosbeheerder van Nederland uit onderzoek blijkt dat begraven hoe dan ook een verstoring van de bestaande bos-ecologie betekent. Begraven om nieuwe natuur te scheppen is wél een goed idee, vindt Staatsboseheer. Zoals in de Groningse Blauwe Stad, waar de derde natuurbegraafplaats van Nederland moet komen waar nu nog de wind over de kale kleigrond blaast.
Kluitman van de natuurbegraafplaats in Limburg denkt dat de belangstelling voor natuurbegraven flink zal toenemen. “Het tradionele begraven met een dure steen is volledig achterhaald. Op een natuurbegraafplas voel je de cyclus van het leven, het komen en het gaan, begrijp je de dood veel beter. Bij ons worden graven niet – zoals gebruikelijk – geruimd. Als we na twintig jaar bij het graven van een nieuw graf nog een schedeltje of wat botjes vinden, laten we ze gewoon liggen. Het is kalk, dat opgaat in het milieu.”


Milieudefensie Magazine, 36/3: maart 2007
terug