|
|
|
-
- De chevra kadisha
- Ook wel het Gewijde of Heilige Genootschap was vaak de eerste groep die georganiseerd werd bij het opzetten van een nieuwe Joodse gemeenschap. Het was een elite club waarvan lidmaatschap overgedragen werd van vader op zoon als een kostbaar erfgoed. Vaak werden de leden gekozen door het lot of een geheime stemming.
- De chevra was verantwoordelijk voor de gehele begrafenis en uitvaart, vanaf het dood verklaren tot het indelen en onderhoud van de begraafplaats.
- Dit specialisme wordt ten dele verklaard door een passage uit de Talmoed waarin staat geschreven: "Torah begint en eindigt met daad van goedheid... Het eindigt met een daad van goedheid zoals het staat geschreven (Deut.); 'En Hij begroef hem {Moses} in de vallei'". Hierom wordt het begraven en de voorbereiding ervan gezien als een poging tot evenaring van G=d*, de vervulling van Zijn opdracht om 'te gaan in Zijn wegen'. Vandaar dat de geboortedag en sterfdag van Moses, Zayin Adar, zevende dag van de maand Adar, de traditionele viering is van de chevra kadisha. Hiermee wordt nog eens duidelijk gemaakt dat op die dag G=d het werk van de chevra uitvoerde, waarmee het een speciale status verkreeg.
- Veel van deze chevras fungeerden als de wettelijke vertegenwoordiging van de familie bij het organiseren van de uitvaart, waardoor de nabestaanden gespaard bleven van alle formaliteiten en het hele proces zonder problemen kon worden afgehandeld. Deze groepen bezitten het respect van de uitvaartondernemers waarmee ze te maken kregen en genieten het vertrouwen van de gemeenschap die ze dienen.
- Sommige van de chevras -er zijn mannelijke en vrouwelijke groepen- bestaan al zeer lange tijd, sommige zelfs eeuwen. Elk heeft zijn eigen rituelen en gebruiken.
- Vóór de begrafenis
- Het lichaam van de overledene, de mais, wordt ten alle tijde bedekt gehouden; ook gedurende het rituele wassen en aankleden in een eenvoudige linnen lijkwade, de tachrichim. Sommigen mogen begraven worden in hun gebedssjaal, tallit. In dit laatste geval wordt er echter de tzitzit, de franje aan de rand, er afgesneden ten teke dat deze sjaal niet meer gebruikt kan worden voor het gebed. Tegenwoordig wordt de persoonlijke sjaal ook wel gegeven aan de familie; dan wordt er een andere sjaal, speciaal voor de begrafenis, gebruikt voor de overledene.
- De bedoeling is om het lichaam te reinigen en terug te brengen in natuurlijke staat: make-up wordt verwijderd, eventuele overblijfselen van ziekenhuisbezoek -zoals infusen- worden zorgvuldig verwijderd. Balsemen is dan ook niet toegestaan omdat dit het natuurlijke proces van ontbinding tegengaat. Alleen de chevra kadisha (zie boven) is het toegestaan om dit gedeelte uit te voeren.
- Vervolgens wordt het gereinigde en geklede lichaam in een eenvoudige houten kist gelegd die vervolgens gesloten wordt. De kist mag geen materialen bevatten die niet vergaan, zoals metaal of plastic; versieringen of dure kisten zijn tegen de traditie. In de kist wordt eerst wat aarde, rechtstreeks uit Israël, gestrooid. De kist blijft gesloten; men beschouwd het als respectloos om te kijken naar iemand die niet terug kan kijken.
- Dit alles maakt onderdeel uit van de tahara, de voorbereiding van het lichaam voor de begrafenis.
- Vanaf het moment van overlijden wordt het lichaam bewaakt door de zgn. shomer, een wachter die psalmen voorleest. Vaak wordt deze afgelost door anderen, de shomrim, die elke een deel van de totale wake op zich nemen.
- Het is een teken van respect, net als de wake -shmira- die duurt tot het moment van de daadwerkelijke begrafenis. Volgens de Joodse traditie is na het overlijden de persoon niet vertrokken maar nog steeds aanwezig. Alle handelingen worden dan ook uitgevoerd met zeer veel liefde en waardigheid. Vaak wordt er een kaars gebrand tijdens de wake bij het hoofd van de overledene.
- In de Joodse traditie volgt er geen rouwbezoek, maar het wordt naaste familieleden die nog een laatste keer hun dierbare willen zien voor de begrafenis wel prive toegestaan. Iemand die een dierbare heeft verloren wordt een avel genoemd, een rouwende. Volgens de tradtitie zijn dat de directe verwanten; ouder, kind, partner, broer of zuster. De rouwperiode die een jaar kan duren wordt aveilut genoemd. De periode tussen overlijden en de begrafenis wordt aninut genoemd.
- De uitvaart
- De uitvaartceremonie kan plaatsvinden in een kapel, de synagoge of op de begraafplaats zelf. In veel gemeenschappen is een eenvoudige dienst bij het graf de traditie. Er is in ieder geval geen vereiste om het te laten plaatsvinden in de synagoge.
- Volgens de traditie moet de overledene zo snel als mogelijk -dezelfde dag nog- begraven worden. Vroeger werd er begraven vóór zonsondergang op de dag van het overlijden, maar tegenwoordig -aangezien familie steeds vaker verder weg woont- wordt de begrafenis vaak één of twee dagen uitgesteld, maar in ieder geval niet langer dan strikt noodzakelijk is.
- In vroeger tijden scheurde men, bij het horen van het nieuws van het overlijden van een dierbare, de eigen kleren ten teken van rouw. Vandaag de dag is het gebruikelijker om een zwart lint op te spelden, waarvoor toestemming wordt gegeven om deze te scheuren. Er hoort een bepaalde spreuk bij die men vlak voor de begrafenis, prive in aanwezigheid van een rabbi, uitspreekt terwijl men het scheurt.
- Bloemen horen niet bij de Joodse traditie; ze worden zelfs afgeraden want het verwelken ervan wordt gezien als een pijnlijk symbool van het verlies van de nabestaanden. Gebruikelijker is het maken van een donatie aan een liefdadigheidsinstelling, soms uitgekozen door de overledene. Condoleanceregisters worden niet gebruikt, tenzij de familie daar specifiek om gevraagd heeft. Iedereen die de begrafenis bijwoont, dient het hoofd te bedekken (kippot); deze worden indien nodig gegeven.
- Het graf
- Als de dienst werd gehouden in de synagoge, kan de ceremonie bij het graf kort zijn. Echter, het is mogelijk de gehele ceremonie bij het graf te laten voltrekken.
- Traditioneel sluiten de rouwenden de ceremonie door met een schep wat aarde op de kist te gooien. Dit wordt gedaan met de achterkant van de schep (bolle kant boven) om te laten zien dat de schep een ander doel dient dan waarvoor een schep meestal gebruikt wordt.
- Als afscheidsgebed wordt de kaddish opgezegd.
- Ter afsluiting van de begrafenis worden de aanwezigen vaak gevraagd om twee rijen te vormen waartussen de rouwenden weggaan van het graf. Op deze manier kunnen ze de troost ervaren van de gemeenschap.
- Thuiskomst
- De familie keert terug naar huis om daar een maaltijd -Seudat Havra'ah, maaltijd ter troost- te nuttigen die bereid is door verwanten, vrienden en buren. De maaltijd is symbolisch voor de voortgang van het leven, ook in deze tijd van verdriet. Vlak vóór het binnengaan van het huis wordt er soms ritueel de handen gewassen; hiervoor wordt een kruik en schaal met handdoek klaargezet.
- Er wordt een speciale kaars aangestoken die zeven dagen blijft branden; het vormt de aanvang van de rouwperiode of Shivat. Traditioneel blijven de rouwenden gedurende deze tijd zitten, en staan alleen op voor de shabbat of festivals. De dag van de begrafenis wordt als eerste dag gerekend, ongeacht hoe laat deze plaatsvond. Er worden dagelijks gebedsdiensten georganiseerd zodat de rouwenden de kaddish kunnen opzeggen.
- Er zijn meerdere tradities die wel of niet gevolgd kunnen worden. Zo kunnen bijv. alle spiegels bedekt worden (zodat de rouwenden zich niet druk over hun uiterlijk hoeven te maken), het zitten op lage krukjes (symbolisch voor het lijden in deze tijd), en het niet dragen van leer (symbolisch voor de verhoogde meelevendheid voor leven en dood).
- De Joodse traditie verdeelt de komende tijd in drie opeenvolgende periodes die het leven van de rouwenden struktuur geven en hen helpen om geleidelijk weer terug te keren naar het dagelijks leven.
- Shiva is de eerste, zevendaagse periode voor de rouwenden waarin ze van alle werkzaamheden afzien en gezamenlijk thuis zitten waar ze vrienden en bekenden kunnen ontvangen voor gezelschap en troost. Vrienden en buren verzorgen de maaltijden. Tegenwoordig bepalen de families zelf hoe lang ze zo blijven zitten.
- Volgend op Shiva is Sheloshim die duurt tot de 30e dag na de begrafenis (sheloshim betekent '30'). Hierin keren de rouwenden weer terug naar hun werk of school maar zien af van vermaak zoals feestjes of uitgaan. Ze blijven de kaddish dagelijks uitspreken.
- Vanaf het einde van Sheloshim, en gedurende de daarop volgende 11 maanden is de tijd van de Elf Maanden. De rouwenden zeggen nog steeds dagelijks de kaddish op, maar mogen weer hun dagelijkse activeiten volledig opnemen.
- De Yahrzeit is de sterfdag van de overledene. Het is gebruikelijk om een kaars aan te steken in herinnering aan de overledene en om een dienst in de synagoge bij te wonen om de kaddish op te zeggen.
- De herinnering aan de overledenen is ook onderdeel van Yom Kippur en festivals; de kaddish wordt voor hen opgezegd tijdens de Yizkor, de herdenkingsdienst.
- Onthulling
- Joodse graven worden gemarkeerd met een eenvoudige steen -matzeivah, grafmarkering- met de naam van de overledene. Deze werden pas gebruikelijk tijdens de middeleeuwen. Tegenwoordig is het gebruikelijk om hiervoor een stenen monument of metalen plaat te gebruiken. Deze wordt gewoonlijk tijdens het eerste jaar, meestal vóór de Yahrzeit, geplaatst tijdens een kleine ceremonie in bijzijn van de naaste familie.
- Als mensen een graf bezoeken, laten ze vaak een steentje achter op de markering als teken van hun bezoek. Het is een symbool voor de ziel; net als de steen blijft de ziel eeuwig bestaan.
|
|