|
|
|
- Overgangsriten: Hindoe stervensrituelen
- De Hindoe stervensrituelen volgen in alle tradities een redelijk gelijk patroon, afkomstig uit de Vedas, met variaties afhankelijk van de sekte, regio, kaste en familietraditie. De meeste riten worden uitgevoerd door de familie van wie iedereen deelneemt inclusief de kinderen, die niet beschermd hoeven te worden tegen de dood. Sommige riten worden traditioneel uitgevoerd door een priester maar kunnen ook de familie zelf uitgevoerd worden als er geen priester aanwezig kan zijn. Hieronder een eenvoudige uitleg van de riten.
- Als de dood nadert
- Traditioneel sterft een Hindoe thuis. Tegenwoordig worden de stervenden echter steeds vaker in een ziekenhuis gehouden, zelfs als eventueel herstel niet meer mogelijk is. De Hindoes, de voordelen van het thuis sterven kennende, brengen de zieken naar huis, omringd door hun dierbaren. Als de dood nadert worden de nabestaanden op de hoogte gebracht. De persoon wordt geplaatst in diens kamer of bij de ingang van het huis met hoofd naar het oosten gericht. Een lamp wordt aangestoken naast het hoofd, en de stervende wordt aangeraden om zich op zijn of haar mantra te concentreren. Familieleden houden de wacht tot aan het grote vertrek, hymnen zingend, biddend en voorlezend uit de geschriften. Als de stervende niet thuis kan komen, gebeurt dit alles in het ziekenhuis, ongeacht eventuele bezwaren van het instituut.
- Het moment van sterven
- Als de stervende buiten bewustzijn is bij diens vertrek, reciteert een familielid de mantra zachtjes in het rechteroor. Als er geen bekend is, wordt er 'Aum Namo Narayana' of 'Aum Nama Sivaya' gebruikt (dit wordt ook gedaan van slachtoffers van een plotselinge dood zoals verkeersongevallen of op het slagveld). Heilige as of sandalhoutpasta wordt aangebracht op het voorhoofd, Vedische verzen worden opgezegd, en een paar druppels melk, Ganga of heilig water wordt in de mond gedruppeld. Na het overlijden wordt het lichaam bij de ingang van het huis gelegd met het hoofd naar het zuiden, op een stretcher of op de grond, symbolisch voor het terugkeren in de schoot van Moeder Aarde. De lamp blijft aan vlakbij het hoofd en wierook wordt gebrand. Een doek wordt onder de kin en over het hoofd gebonden. De duimen worden aan elkaar vastgebonden, net als de grote tenen. In een ziekenhuis ontvangt de familie gelijk een getekende overlijdensakte en transporteren het lichaam naar huis. Onder geen enkele voorwaarde mag het lichaam gebalsemd worden of mogen er organen verwijderd worden ter gebruik door anderen. Religieuze afbeeldingen worden omgedraaid naar de muur en in sommige tradities worden spiegels bedekt. Familieleden worden gevraagd om afscheid te nemen en zingen heilige liederen aan de zij van het lichaam.
- Het Homa vuur ritueel
- Indien mogelijk wordt er een speciale begrafenis priester geroepen. Op een beschutte plek gebouwd door de familie, wordt een vuur ritueel (homa) uitgevoerd om negen koperen kumbhas (waterpotten) en één aardewerken pot te zegenen. Als er geen beschutte plaats aanwezig is, mag het vuur in huis worden gemaakt. De "hoofd rouwende" leidt de riten. Het is de oudste zoon indien de overledene de vader is, of de jongste zoon indien de moeder is overleden. In sommige tradities leidt de oudste zoon in alletwee de gevallen, of de echtgenote, schoonzoon, of dichtstbijzijnde mannelijke verwant.
- Klaarmaken van het lichaam
- De hoofd rouwende voert het arati uit, het met een olielamp over de stoffelijke resten gaan, en offert daarna bloemen. De mannelijke -of vrouwelijke, afhankelijk van het geslacht van de overledene- familieleden dragen het lichaam naar de achterkant van het huis, verwijderen de kleren, wassen het lichaam en kleden het in een witte doek. Elk doet sesamolie op het hoofd, en het lichaam wordt gewassen met water uit de negen kumbhas, gekleed, geplaatst in de kist -of op een draagstoel- en wordt vervolgens gedragen naar het homa vuur. De jonge kinderen die kleine brandende stokjes vasthouden, omringen het lichaam en zingen hymnen. De vrouwen lopen daarna rond het lichaam en offeren gepofte rijst in de mond om de overledene te voeden op de komende reis. Een weduwe zal haar tali (huwelijkshanger) om de hals van haar echtgenoot doen, symbolisch voor haar voortdurende band met hem. De kist wordt dan gesloten.
- Indien het onmogelijk is om het lichaam naar thuis te halen, regelt de familie om het in het mortuarium te wassen en aan te kleden i.p.v. deze taken aan vreemden over te laten. Het rituele homa vuur kan dan thuis of in het crematorium worden gemaakt.
- Crematie
- Alleen de mannen wonen de crematie bij, angevoerd door de hoofd rouwende. Twee potten worden gedragen: de aardewerken kumbha, en een andere waarin gloeiende kolen zijn geplaatst uit het homa vuur. Het lichaam wordt driemaal anti-kloksgewijs rond de brandstapel gedragen om er vervolgens bovenop geplaatst te worden. Alle rondgangen, en sommige arati, zijn altijd in anti-kloksgewijze richting. Als er een kist wordt gebruikt, wordt het deksel nu verwijderd.
- De mannen offeren nu gepofte rijst net als de vrouwen al eerder deden, bedekken het lichaam met hout en offeren vervolgens wierook en ghee (ongeklaarde boter). Met de aardewerken kruik op zijn linkerschouder, gaat de hoofd rouwende rond de brandstapel, een brandende fakkel achter zijn rug houdend. Bij elke bocht rond de brandstapel, slaat een verwant een gat in de aardewerken pot met een mes, waardoor het water eruit kan stromen wat symbolisch is voor het leven dat het omhulsel verlaat. Na drie rondgangen, laat de hoofdrouwende de pot vallen. Dan, zonder zich om te draaien naar het lichaam, steekt hij de brandstapel aan en verlaat de plek. De anderen volgen. In een crematorium wordt er heilig hout en ghee in de kist geplaatst. Waar het toegestaan is, wordt het lichaam rond de ruimte gedragen en een klein vuur aangestoken in de kist net voordat het aan de vlammen wordt geschoven. De knop van de crematieoven wordt bedient door de hoofd rouwende.
- Thuiskomst: rituele onzuiverheid
Bij terugkomst in het huis, baden allen zich en reinigen het huis gezamenlijk. Een lamp en een waterpot worden daar neergezet waar het lichaam heeft gelegen. Het water wordt dagelijks verschoont en afbeeldingen blijven omgedraaid hangen aan de muur. De schrijnruimte wordt gesloten en alle ikonen bedekt met witte doek. Tijdens deze dagen van rituele onzuiverheid bezoeken de familie en naaste verwanten niemand, ofschoon buren en verwanten hen dagelijks maaltijden komen brengen om de lasten tijdens het rouwen te verlichten. Ze wonen ook geen festivals bij, bezoeken geen tempels en swamis, en nemen niet deel aan huwelijksvoorbereidingen. Sommige houden zich hier één jaar aan. Voor de dood van vrienden, leraren of studenten zijn de regels optioneel. Hoewel het rouwen nooit onderdrukt of ontkend wordt, waarschuwen de geschriften tegen overdadig geklaag en stimuleren een vreugdevolle uiting. De vertrokken ziel is zich zeer bewust van de emotionele krachten die aan hem of haar zijn gericht. Langdurig verdriet kan de ziel in het aardse bewustzijn houden waardoor de volledige overgang naar de hemelse werelden wordt tegengehouden. In Hindoeïstisch Bali is het een schande om te huilen voor de doden.
- Botten verzamelings ceremonie
- Ongeveer twaalf uur na de crematie, keert de familie terug om de overblijfselen te verzamelen. Water wordt gesprenkeld over de as; de resten worden verzameld op een grote schaal. In crematoria kan de familie regelen om zelf de overblijfselen te verzamelen: as en kleine stukjes wit bot worden 'bloemen' genoemd. In crematoria worden deze gemalen tot stof, en het moet geregeld worden om ze te bewaren. As wordt gedragen of verstuurd naar India om gestrooid te worden in de rivier Ganges of in een gunstige rivier of de oceaan, samen met kransen en bloemen.
- Eerste herdenking
- Op de 3e, 5e, 7e of 9e dag verzamelen de verwanten zich om een maaltijd gebruiken van het favoriete voedsel van de overledene. Een portie wordt geofferd voor diens foto en later ceremonieel achtergelaten op een verlaten plek, samen met wat aangestoken kamfer. De gebruiken voor deze periode zijn variabel. Sommige offeren pinda (rijstballen) dagelijks gedurende negen dagen. Anderen combineren al deze offeringen met de volgende sapindikarana rituelen gedurende enige dagen of één dag van ceremonies.
- 31e dag-herdenking
- Op de 31e dag wordt er een herdenkingsdienst gehouden. In sommige tradities is dit een herhaling van de begrafenisriten. Thuis maken allen het huis grondig schoon. Een priester reinigt het huis en voert sapindikarana uit, en maakt één grote pinda (representatief voor de overledene) en drie kleine (de vader, grootvader en overgrootvader representerend) klaar. De grote bal wordt in drie stukken gesneden en elk stuk wordt toegevoegd aan een kleinere; dit stelt de vereniging van de ziel met diens voorouders voor in de volgende wereld. De pindas worden gevoerd aan de kraaien, aan een koe, of in een rivier gegooid voor de vissen. Sommigen voeren deze rite uit op de 11e dag na de creamtie. Anderen doen het tweemaal: op de 31e dag -of op de 11e, 15e, etc.- en na één jaar. Nadat de eerste sapindikarana is uitgevoerd, eindigt de rituele onzuiverheid. Maandelijkse herhaling gedurende een jaar is ook gebruikelijk.
- Eén jaar-herdenking
- Op de jaarlijkse sterfdag van de overledene -volgens de maankalender- voert een priester de shraddha riten uit in het huis, waarbij pinda aan de voorouders wordt geofferd. Deze ceremonie wordt jaarlijks uitgevoerd zo lang als de zonen van de overledene in leven zijn (of gedurende een specifieke periode). Tegenwoordig is het gebruikelijk in India om shraddha te doen voor de voorouders net vóór het jaarlijkse Navaratri festival. Deze tijd is ook geschikt voor de gevallen waarin de juiste dag van overlijden niet bekend is.
- Hindoe begrafenisrituelen kunnen eenvoudig of erg complex zijn. Deze tien stappen, uitgevoerd met toewijding volgens de gebruiken, middelen en mogelijkheden van de familie, vormen een geschikt einde aan het aardse bestaan van elke Hindoe ziel.
|
|